
Aceariam quiduntiam hil moluptat aboresc
15 jaar bouwen aan hoop in Malawi
Het begon met een simpele vraag in een winkel. Inmiddels is Stichting Raise uitgegroeid tot een organisatie die dagelijks impact maakt op het leven van honderden kinderen en gezinnen in Malawi. Wim de Kwant is vanaf het begin betrokken. Wie hem kent, weet dat hij liever niet op de voorgrond staat. “Een interview hoeft voor mij niet zo,” zegt hij. Toch deelt hij graag zijn verhaal, omdat het groter is dan hijzelf. Een verhaal over vertrouwen, volhouden en stap voor stap bouwen.
Neem ons eens mee terug. Hoe begon het 15 jaar geleden?
“Dat begon in de winkel,” vertelt Wim. “Alide van Manen kwam bij mij in de winkel. Ze ging naar Malawi verhuizen en zocht een printer. Of ik haar kon helpen, en wist of ze in Malawi ook toners kon kopen. Ik beloofde het uit te zoeken. Maar de leverancier wist het ook niet. Toen Alide terugkwam, zei ik: weet je wat, we geven je gewoon een printer mee, met toners. En als je iets nodig hebt, kijken we hoe het bij jou terechtkomt.”
Wim ontving de nieuwsbrieven van Alide over haar werk in Malawi. Tot er een bericht kwam dat het project waar Alide werkte in zwaar weer zat. “Dat heb ik ’s avonds met mijn vrouw besproken. Ik belde Alide voor meer uitleg en zo kwam het dat ik niet veel later in het vliegtuig stapte naar Malawi, om het project met eigen ogen te bekijken.”
Wat trof je aan op Gracefarm?
“Daar werd ik voor het eerst echt geconfronteerd met armoede. Het was onvoorstelbaar. Je leest erover in de krant, maar als je het ziet, ruikt en ervaart… dan sla je de bladzijde ineens anders om. Het heeft zoveel indruk gemaakt, ik kwam echt verslagen terug. Eenmaal terug in Nederland liet het mij niet meer los. Ik dacht: hier moet ik iets mee. Maar wat? Ik vroeg Alide om een begroting te maken. Dat was een aanzienlijk bedrag. We konden misschien een paar maanden helpen, maar daarna?”
Wim raakte in gesprek met Evert Hein Schuiteman, destijds de voorzitter van de diaconie in zijn kerk. “Ik vertelde hem over mijn reis en vroeg hem om eens mee te denken. Hij antwoordde: waarom vraag je dat aan mij? En toen vertelde hij dat zijn vrouw en hij de dag ervoor nog hadden gebeden of er een project op hun pad mocht komen, omdat ze graag wat in Afrika wilden betekenen. Nog geen 24 uur later zat ik bij Evert Hein aan tafel. Toen wisten we: dit hebben we niet zelf verzonnen. We hebben de handen ineengeslagen en dat was de start van Stichting Raise.”
Hoe zagen de eerste jaren eruit?
“Best intens,” zegt Wim eerlijk. “We hebben Peter Oudshoorn gevraagd om alles ter plekke te onderzoeken: hoe zit het met bestuur, financiën, structuur? Daar kwamen dingen uit die echt anders moesten. We hebben het bestuur aangepast, de zaken op papier goed geregeld en zijn meerdere keren heen en weer gereisd. Die eerste jaren waren echt nodig om een goede basis te leggen.”
Was het altijd makkelijk?
“Nee, zeker niet. De afstand is groot, de omstandigheden zijn moeilijk. Maar je doet het samen. In Nederland én daar. Als het even tegenzit, is er altijd wel iemand die zegt: weet je nog, toen was het ook lastig, en toen kwam het ook goed. We moeten er hard aan trekken met elkaar. Het is niet zo dat we na 15 jaar zeggen: we zijn er, het is geregeld, dat hebben we even gedaan. Zo is de situatie absoluut niet. Zonder het geloof was dit werk onmogelijk geweest,” zegt Wim. “We hebben vaak ervaren dat er op het juiste moment mensen of middelen op ons pad kwamen. Wij lopen soms een beetje in het donker, maar dan wordt er weer een stap zichtbaar. Dan weet je: wij zijn maar een schakeltje.”
Welk moment blijft je altijd bij?
“Soms waren er momenten van grote zorg. Er was een jaar met ernstige hongersnood. We hadden zelf niet veel financiële ruimte om te helpen. We konden zelf maar een beetje maïs kopen om uit te delen. Dus deden we een oproep: wat zou het mooi zijn als we nog veel meer mensen kunnen helpen. En voor we het wisten stond er 100.000 euro op de rekening en hebben we maandenlang de dorpen om ons heen kunnen voorzien van eten. We hebben tijdens een werkreis zelf kunnen zien hoe dat uitdelen ging: dat is fantastisch. Daar kun je alleen maar heel dankbaar voor zijn.”
Als je nu naar Stichting Raise kijkt, waar ben je het meest dankbaar voor?
Wim glimlacht. “Dat wij het samen hebben volgehouden. Dat we de energie hebben gekregen om door te gaan. Anders hadden we de handdoek allang in de ring gegooid. Je probeert te geven en krijgt er ook veel voor terug. Mooie relaties die ontstaan door het samenwerken, vriendschappen in het bestuur. En als je kijkt naar het project: het begon met noodhulp en groeide uit tot iets veel groters. “Dat er nu elke dag 240 kinderen naar school gaan, was nooit ons plan. Maar het ontstond. En nu mag Gracefarm dagelijks impact maken op zoveel kinderen, gezinnen en dorpen in Malawi. Dat is wonderlijk mooi om te zien. Kinderen hebben een veilige en fatsoenlijke plek om te wonen in het kinderhuis. Ze krijgen christelijk onderwijs, in kleine klassen. Meer dan 500 gezinnen verdienen inkomen door landbouw op Gracefarm. Als ik daar mensen spreek die tien jaar geleden nog een grasdak hadden, en nu een stevig dak boven hun hoofd hebben en hun kinderen naar school kunnen sturen… ja, dat maakt verschil.”
Je bent nu vooral betrokken bij het farmteam. Waar werken jullie aan?
“We werken er naartoe dat de boerderij steeds meer zelfstandig kan functioneren. We gaan daarvoor ook kennis inhuren, om te kijken hoe we de verantwoordelijkheid stapje voor stapje kunnen overdragen. Op het moment dat het lokale managementteam zelfstandig zorg draagt voor de dagelijkse taken op boerderij en de seizoensoogsten, kunnen wij hen als farmteam. ondersteunen en meerdere jaren vooruitkijken. Als de boerderij stabiele opbrengsten geeft en we kostendekkend het seizoen kunnen doorkomen, kunnen we de middelen die vrijkomen gaan investeren. Zo onderzoeken we nu de mogelijkheden om macadamianoten machinaal te gaan pellen.
Over tien jaar zou het machtig mooi zijn als de boerderij zichzelf kan bedrijven. En dat Gracefarm in de regio een voorbeeldfunctie heeft in hoe we de boerderij beheren met de regeneratieve landbouwprincipes die we toepassen. Er ligt nog een mooie taak voor ons de komende jaren!”
Wat is jouw verlangen voor Gracefarm?
“Ik hoop dat Gracefarm een plek blijft waar kinderen veilig kunnen opgroeien, waar gezinnen inkomen hebben en waar mensen in aanraking komen met Gods Woord. Dat juist daar, op een plek die soms donker is, een lied van hoop mag klinken.”
MELD JE AAN